Praktijk voor Psychotherapie

Publicaties

gallery/2014 - alleen met kunst
gallery/2016 wanverhoudingen
gallery/creatieve therapie cover

Het onbewuste van het kind (Hélène Bonnaud)

Een niet te missen boek, vol klinische vignetten en oriënterende teksten, voor al wie geïnteresseerd is in hoe de psychoanalyse met kinderen en ouders werkt.

 

Een uitgave van de Kring voor Psychoanalyse. Bestel hier.

Vertaald door Abe Geldhof, Vanessa Baetens en Christel Van den Eeden. 

 

Alleen met kunst

In dit boek worden drie authentieke kunstenaars zeer gedetailleerd bestudeerd, niet om de psychoanalyse te illustreren, maar om ze te ondervragen: de melancholische componist Béla Bartók, de schizofrene fotograaf David Nebreda en de auteur van pornografische verhalen Georges Bataille. Elk van deze ongeëvenaarde kunstenaars kunnen hulpverleners uit de geestelijke gezondeheidszorg waardevolle lessen bijbrengen. 

Zij leren ons dat psychische symptomen geen tekens zijn van een ziekte die koste wat het kost geëlimineerd moet worden, maar dat het onderdeel uitmaakt van de menselijke conditie als zodanig. Zonder symptoom geen mens! In een psychoanalytische kuur wordt het symptoom daarom ook nooit 'wegbehandeld'. Het onbehagen wordt er zelfs als een fundamentele en ongeneeslijke rest beschouwd waarvan de mens nooit helemaal geneest. Desondanks kan net uit dat onbehagen een levendig verlangen ontstaan. Daarvan getuigen deze drie kunstenaars: dat een mens zijn symptoom nodig heeft om te kunnen verlangen.

Geen enkele van deze drie kunstenaars heeft een therapie of psychoanalyse ondernomen, met uizondering van een korte reeks ontmoetingen in het geval van Bataille. Toch bereiken zij zonder psychoanalyse, maar niet zonder hun kunst, een logisch eindpunt van de analyse. Dat eindpunt noemt Lacan een ‘sinthoom’. Net daarom kan de psychoanalyse, als theorie én als praxis, van hen iets leren.

Wanverhoudingen

De meest prangende wanverhoudingen waarmee een mens wordt geconfronteerd spelen zich zonder twijfel af in het liefdesleven, tussen mannen en vrouwen, vrouwen en vrouwen, mannen en mannen, maar meer dan dat nog tussen een mens en zijn eigen verlangen. Om dat op te helderen worden eerst aspecten opgerakeld uit het werk van Freud en Tolstoj die ons vandaag de dag nog steeds veel pertinente zaken over liefdesrelaties kunnen bijleren. Van daaruit wordt een stap gezet naar brandend actuele thema’s zoals jaloezie, schaamte, zelfmoord, plastische chirurgie en moderne vormen van eenzaamheid.

Vervolgens worden onbewuste dynamieken in racistische en xenofobe ideologieën bestudeerd die in tijden van crisis op collectief niveau aangewakkerd worden. Ook wordt een perspectief geboden op seksuele perversies, zoals pedofilie en transvestitisme, die verder gaat dan het louter beschrijvende niveau. Dit perspectief biedt meteen ook mogelijkheden voor een behandeling die meer wil zijn dan louter controle van ongewenst gedrag of bescherming van de maatschappij, maar die vooral recht doet aan het lijden en de specifieke moeilijkheden van de patiënt. En tot slot wordt het leven en werk van twee spraakmakende filosofen onder de loep genomen: Wittgenstein die zijn eigen filosofie als doods, onbruikbaar en aseksueel benoemde, en Althusser die zijn vrouw vermoordde. Daarmee worden de mythes dat de filosoof alle illusies voorbij zou zijn of zijn eigen aandriften perfect meester zou zijn in een nieuw daglicht geplaatst.

Creatieve therapie

Creatieve therapie is geen nieuwe discipline. In hun werk met kinderen en volwassenen die psychisch lijden, zetten psychoanalytici en psychotherapeuten al lang media in zoals tekenen, schilderen, drama, muziek of dans. Welke uitdagingen gaan gepaard met het inzetten van een medium in de therapeutische setting? Wat zijn de moeilijkheden en welke oplossingen hebben therapeuten en patiënten daarvoor uitgevonden? Hoe kan de psychoanalyse als theoretisch kader dienen voor de creatieve therapie? En wat kunnen we van kunstenaars leren? De auteurs van dit boek gaan elk op hun manier deze vragen te lijf.

Creatieve therapie werd geredigeerd door Joost Demuynck & Abe Geldhof en bevat bijdragen van Joost Demuynck, Antinea De Valck, Adelheid De Witte, Christel Embrechts, Melanie Foulon, Abe Geldhof, Dominiek Hoens, Janna Van Der Heyden, Mathieu Van der Straeten, Sofie Van Moll, Sabrina Vanpoucke en Véronique Voruz.

Met een voorwoord van Stijn Vanheule.

De namen van het genot

Jouissance is een sleutelconcept in het werk van de psychoanalyticus Jacques Lacan. Hij zei ooit dat hij ergens toch had gehoopt dat men de jouissance het ‘lacaniaanse veld’ zou noemen, net zoals men het onbewuste het ‘freudiaanse veld’ is gaan noemen. Het concept is geworteld in Freuds theorie over de drift en kent een gestrenge evolutie doorheen zijn onderwijs. Ook in zijn opvattingen over psychose zijn een aantal cruciale verschuivingen aan te tonen. Aanvankelijk werkt Lacan aan een structurele benadering die het psychotische en neurotische functioneren van elkaar onderscheidt. Geleidelijk aan legt hij steeds meer nadruk op inventiviteit en beschouwt hij psychose als een singuliere manier van omgaan met het ongeneeslijke bestanddeel in het symptoom van elk individueel subject.

De namen van het genot biedt een gedetailleerde lectuur van de evoluerende samenhang tussen de begrippen genot en psychose in Lacans werk. Zo wordt een complex werk ontsloten en wordt aangetoond dat Lacans theorie geen hermetisch gesloten systeem is, evenmin als het een esoterisch postmodern brouwsel zou zijn. Zijn oeuvre vormt daarentegen een verfijnd open denkkader dat ingebed is in bijzonder grondig klinisch-wetenschappelijk werk. In dit boek wordt niet enkel theorie behandeld. Aan de hand van Lacans centrale gevalsstudies wordt ook duidelijk hoe men in de praktijk concreet vorm kan geven aan het klinisch werk met psychose.

gallery/2014 - de namen van het genot
gallery/49756202_2364034193825992_1816614842283327488_n